Flexibel woon/werkgebouw, Amsterdam



Flexibiliteit wordt binnen een gebouw steeds belangrijker. Het voortbestaan van een gebouw is afhankelijk van zijn mogelijkheden tot gebruik. Mensen gebruiken tegenwoordig de ruimte anders dan jaren geleden. Hiernaast ontstaat de laatste tijd een overschot aan bepaalde functies zoals bedrijfsruimtes. De Vraag naar deze ruimtes veranderd. Hoe kan hierop ingespeeld worden? Wat is flexibiliteit.

Flexibiliteit betekent aanpasbaarheid. Hoe meer mogelijkheden, hoe meer aanpasbaar, dus meer geschikter voor individuele eisen en wensen. De studie gaat over flexibiliteit. De testcase voor deze studie is een gebouw gedeelde functie. Wonen en Werken. De overheid dient hiervoor minder eisen op te leggen aan functiegebruik van gebouwen. Waardoor het voor gebouwen makkelijke wordt om van gebruiksfunctie te veranderen.

De flexibiliteit in deze onderzoek ligt in de mogelijkheid tot schakelen met andere ruimtes. Hoe kunnen gebruikers uitbreiden naar naastliggende ruimtes die niet in gebruik zijn? De oplossing ligt in de maakbaarheid van het gebouw. Wat is er minimaal nodig voor een gebouw: constructie en een schil.

De constructie wordt zo minimaal uitgevoerd. Ruimtes worden in dit onderzoek over gedimensioneerd. De ruimtes (modules) zijn 3x zo hoog als een standaard ruimte. De plafondhoogte is aangepast volgens de minimale eisen van een kantoorruimte. Hierdoor ontstaat er een ruimte waarin de gebruiker zelf vloeren kan aanleggen. De gebruiker krijgt keuzevrijheid in het indelen van zijn ruimte tot maximaal 3 verdiepingen in zijn module.

Aangezien de modules in een skeletconstructie van beton liggen en geen module gelijkvloers ligt. Wordt het mogelijk voor de gebruiker om uit te breiden naar naastliggende modules / ruimtes. Gedeeltelijk gebruik hiervan of volledig.

Het gebouw wordt opgebouwd uit een corridorontsluiting. Aangezien er niet op el niveau een gang is. Wordt het voor de gebruiker mogelijk om een brug te slaan naar tegenoverliggende modules. Hierdoor ontstaat er een mogelijkheid om modules te schakelen met maximaal 8 aangrenzende of tegenoverliggende modules.